De natuur in elke dag

Elke dag de natuur in – de wat, waarom en hoe

Bijna een jaar geleden begon ik aan een challenge voor mezelf: 100 dagen lang elke dag de natuur in. Ik stuitte op tegenslagen en maakte de challenge niet af, maar had wel 2 maanden lang lessen opgedaan over de effecten van elke dag een beetje vitamine N. In deze blog: 2 maanden lang elke dag natuur: wat het met je doet, wat er fout ging, en hoe het dan wel moet. 

De waanzinnige effecten van elke dag natuur

“Elke dag de natuur in, heb je daar wel tijd voor?” – een vraag die mij vaak werd gesteld als ik uitlegde waar ik mee bezig was. Gek genoeg was het antwoord niet alleen “ja”, ik ondervond ook dat het me tijd opleverde. Je verbruikt meer tijd, dus je hebt meer tijd? Dat klinkt als magie. Echter, het is eerder klare wetenschap. Daarvoor duiken we even in de milieupsychologie.

Het verhaal van de twee denksystemen

Onderzoek toont aan dat tijd doorbrengen in de natuur helpt met het ontspannen van ons brein. In het boek Thinking Fast and Slow ¹ introduceert David Kahneman ons met de twee denksystemen in ons brein: systeem 1, ons snelle, onderbewuste denken, waar intuïtie en creatieve ingevingen huizen; en systeem 2 – ons actieve denken, waar we moeilijke sommen mee oplossen en vaak malen over problemen. Systeem 1 wordt vaak bedolven onder systeem 2: we moeten immers veel nadenken, hebben tijdsdruk om dingen op te lossen, moeten studeren en leven vaak in een stedelijke omgeving waar constant informatie op ons afkomt.

Gebruiken we teveel systeem 2 zonder dat we het laten uitrusten, dan krijgen we stress,overspannenheid en in het ergste geval een burn-out. Systeem 1 krijgt de bovenhand als we mindfulness toepassen, bijvoorbeeld door te mediteren. Dan krijgt systeem 2 de kans om te rusten. Ook in het bos wandelen is rustgevend voor systeem 2: het hoeft nauwelijks te werken om de natuurlijke patronen uit de omgeving en de samenhang daartussen te begrijpen. Dit restoratieve vermogen van de natuur is in de milieupsychologie bekend als de Attention Restoration Theory². 

En wat gebeurt er dan…?

Als je systeem 2 aan het uitrusten is en systeem 1 de ruimte krijgt, krijg je creatieve ingevingen om problemen sneller op te lossen of om nieuwe dingen te proberen. Je actieve denken is daarna bovendien weer optimaal, zodat je sneller en beter taken afhandelt. En voilà: omdat je minder tijd kwijt bent aan moedeloos of uitgeput staren naar je scherm of je boek, heb je op het einde van de dag tijdwinst gemaakt en werk je actief aan het vermijden van stressklachten. En dan heb ik het nog niet over het feit dat je elke dag veel beweegt, fitter wordt en meer energie krijgt om dingen te doen. Dat zijn bonuspunten.

Waarom ik na dag 64 niet verder kon

Op dag 64 van de 100 gaf ik mijn challenge op.Waarom? Een challenge maakte het aan de ene kant makkelijker om vol te houden, omdat je naar een behapbaar doel streeft. Aan de andere kant was het precies waar de natuurbezoekjes NIET om gingen: presteren, moeten, stressen. Omdat het voldoen aan mijn challenge zo haaks stond op datgene wat ik eruit wilde halen, besloot ik te stoppen en later te bekijken hoe de natuur dan wel een plek zou krijgen in mijn agenda.

Bovendien was mijn stukje nabije natuur een onbegaanbaar gebied voor mij geworden in de hete zomermaanden. De uiterwaarden waren, zonder beschutting voor mijn ultiem slechte warmteregulatie en bleke huid, echt een no-go. Het hoge gras fungeerde tevens bij uitstek als springplank voor teken, waarvan ik reeds eentje uit mijn lies had geplukt. Dat ik lekker bloed heb voor insecten laten de muggen mij ook graag weten, wat het er in de avonden niet leuker op maakte.

De volgende keer?

Sinds deze ervaring ga ik nog altijd elke week de natuur in, maar wat mij betreft niet vaak genoeg. Daarom ga ik dit voorjaar weer kijken naar mogelijkheden, maar een challenge wordt het niet meer.

Wil jij ook elke dag (of ietsje minder) de natuur in? Lees dan deze tips.

  • Stel prioriteiten. Wil je elke dag de natuur in? Dat betekent dat andere dingen moeten wijken. Schrijf het in je agenda en houd er ruimte voor vrij. Dat geldt trouwens voor alle “you-time” die je wilt hebben.
  • Wees niet te streng voor jezelf. Het is geen moeten.
  • Sta vroeg op – meer tijd om andere dingen te doen of om van de natuur te genieten als er weinig mensen zijn.
  • Maak avondwandelingen – ga een ijsje halen na het eten en loop een rondje in de avondzon (in de zomer), of geniet van de nachtelijke stilte. Na zo’n avondje buiten slaap je geheid goed.
  • Ken je gebieden. Kies je gebieden uit, weet hoe lang het duurt om daar te komen, hoe lang je er kunt zijn en wat er is. Hete dag, en een gebied met geen beschutting? slecht idee. Bos op een kwartier fietsafstand, en maar drie kwartier de tijd? Kan niet.
  • Verbreed je visie op wat natuur is. Loop je op een autoweg tussen de weilanden? Geniet van het groen en van de ruimte. Park in de stad? Daar staan genoeg bomen om tegenaan te leunen, de bast te bestuderen of plantjes te bekijken.De natuur in elke dag
  • Neem anderen mee. Date in het bos? Picknicken met vriendinnen? Combineer het buiten zijn met anderen. Makkelijk voor je dagelijkse dosis vitamine N en voor die van jouw metgezellen. Wie weet wakker je wel wat aan en kan je in het vervolg vaker samen gaan! Dat motiveert jou ook weer.

 


¹ Voor een geanimeerde uitleg van David Kahnemans’s Thinking Fast and Slow, kijk hier.
² Kaplan & Kaplan (1989) The Experience of Nature: A psychological perspective. Cambridge: Cambridge University Press

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *